Document

Tervisielegging CROW-Richtlijn Warm Mix Asfalt

Profielfoto van Barbara Hasselaar
8 mei 2024 | 1 minuut lezen

Vanaf 1 januari 2025 is Warm Mix Asfalt het nieuwe “standaard” asfaltmengsel.​ Met het doel om de duurzaamheid van asfaltwegverhardingen te verbeteren en schadelijke emissies te verminderen. Om deze transitie te begeleiden heeft CROW de Richtlijn Warm Mix Asfalt opgesteld.

​Deze richtlijn ligt ter visie tot en met 15 juni. Let op; het betreft geen RAW-teksten maar een op zichzelf staande CROW-richtlijn. 

Het uitfaseren van heet asfalt is een initiatief van de Vakgroep Bitumineuze Werken van Bouwend Nederland en wordt gesteund door Rijkswaterstaat. De richtlijn behandelt vier technieken voor asfaltproductie op lagere temperaturen en kan door de gehele asfaltsector worden gebruikt. Dit helpt opdrachtgevers bij het eenduidig uitvragen van asfaltverhardingen en aannemers om te bewijzen dat de geleverde en verwerkte producten voldoen aan de gestelde eisen.

Feedbackperiode gestart

Heb jij kennis en ervaring op het gebied van asfalt en wil je met ons meedenken? Lees dan de richtlijn versie 1.0 goed door en voorzie ons van je feedback. Feedback kan je indienen tot en met 15 juni 2024. De ontvangen inzichten worden gedeeld met de CROW-werkgroep en ze worden, indien relevant, meegenomen in de overwegingen voor de definitieve versie van de richtlijn.

Lees onderstaande richtlijn en de bijlage en geef je feedback.

Sectorbrede werkgroep

CROW heeft een brede werkgroep samengesteld met verschillende vertegenwoordigers uit de asfaltsector, waaronder Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten, producenten en verwerkers van asfalt. CROW faciliteert het proces om de inbreng van alle partijen samen te brengen tot een eenduidige richtlijn die sector-breed wordt geaccepteerd en toegepast.

6 documenten toegevoegd
Profielfoto van Erik Molenberg
5 uur geleden
Profielfoto van Erik Molenberg
5 uur geleden

In dat empirische verleden hebben we altijd bitumen onderzocht die afkomstig was van vaccumdestillatie, ofwel straight run bitumen, cq penetratiebitumen.

Uit dit verleden, waarbij we dus altijd met hetzelfde soort herkomst van bitumen hebben gewerkt volgde ook een relatie tussen proeven (PAV, RTOFT) en voorspelling van veroudering.

De empirische zekerheid dat een mengsel met als bindmiddel de straight run bitumen een bepaalde verouderingsrelatie en healingsfactor had is op dat moment vastgesteld en niet gewijzigd.

 

Hetzelfde gold voor de bitumen uit asfaltgranulaat.

De berekeningen op tot een bepaalde penmix te komen had te maken met de verrekening tussen verse penetratiebitumen en de , van oorsprong, penetratie bitumen uit het asfaltgranulaat.

Omdat we het altijd hebben gehad over deze zelfde bron van herkomst en samenstellingen, konden deze relaties , ook met betrekkening tot verouderingsmechanismen en healing overeind blijven in hun voorspellingsgedrag.

 

De europese normen van bitumen, asfaltmengsels en keuze voor functionele proeven is gebaseerd op het gebruik van penetratiebitumen en dus de oude bekende empirische relaties met verouderingsgedrag gedurende de levensduur.

 

In het huidige gebruik is dit precies andersom.

Er is met de intrede van steeds meer recycling een omslagpunt bereikt, dat de huidige uitgangspunten in de penmix methode zoals die hierboven bestond niet meer toereikend was, ofwel met de zachtste soort penetratiebitumen kon het overgrote gedeelte aan bitumen uit het asfaltgranulaat niet zodanig worden gemengd dat dit leidde tot het voldoen aan de penmix grades en de bijbehorende relaties.

 

De intrede van verjongingsadditieven zorgde voor oplossingen die de harde bitumen weer richting de oorspronkelijke uitgangswaarden gaan.  

Echter praat men dan niet meer over penetratiebitumen, maar over een chemisch beinvloed bindmiddel wat niet meer als straight run bitumen kan worden gekenmerkt.

In het geval van de typetest met 85% recycling zou een nieuwe bitumen om tot de penmix 41 te komen de nieuwe bitumen ongeveer pen  8500 aan penetratiewaarde moeten bedragen.

In de europese norm zijn bitumengrades opgenomen tot max. 220 aan penetratie

Dat betekend dat ook alle relaties met betrekking tot veroudering en healing niet meer opgaan omdat men over een wezenlijk ander samengesteld bindmiddel praat.

Dus in het kader van de Europese norm mag men geen CE meer voeren op het moment dat het bindmiddel uit iets anders bestaat als penetratiebitumen van straight run methodiek en de bitumen uit asfaltgranulaat (voorheen ook straight run) In dat licht is ook de Europese methodiek duidelijk. Er zal bij het niet meer voldoen aan de europese richtlijn, performance gerelateerd onderzoek , bovenop de functionele proeven moeten plaatsvinden om ook deze bindmiddelen en mengsels met deze bindmiddelen te categoriseren als toepasbaar.

 

Daarbij moeten dus nieuwe relaties worden vastgelegd tussen eisen aan het begintraject (startonderzoeken op het bindmiddeld en functionele eisen), maar ook zal een nieuwe relatie moeten worden gezocht met betrekking tot de voorspelling van langeduurgedrag.

Dit betekent dat er gekeken moet worden of de set proeven die gebruikt werden in de empirische tijd om veroudering te onderzoeken (RTFOT en PAV) dezelfde verouderingsrelaties kunnen genereren.

Dit zou Europees een EOTA traject op moeten leveren, maar aangezien een aantal landen daarin vooroploopt, maar andere landen daar totaal nog niet aan toe zijn, dreigt dit een langdurig traject te worden.

De vooruitstrevende landen, waaronder ons land, is vanwege de ervaring met recyclingtechniek, begonnen met te kijken of deze relaties uit het verleden met dezelfde proeven voor healing en veroudering kunnen worden voorspeld.

Maar dit is zeker nog GEEN regelgeving die bij CE past. De enige toevoegingen die momenteel zijn opgenomen in de nederlandse vertaling qua toevoeging  zijn de toevoeging van polymeren (EVA en SBS) met als basis ook weer de genoemde straight run penetratiebitumen.

 

Ook uit het eindverslag Grip op bitumen uit 2021, waar de producent ook aan heeft meegeschreven, valt te lezen dat als men functioneel verouderingsmodellen wil testen, in deze is dat PAV en RFTOT, deze moeten worden voorzien van bewijslast door middel van referentiemetingen op de lange termijn.

Dus de verouderingsrelatie is onzeker, of de huidige proeven daarvoor gebruikt kunnen worden is onzeker, en wat dit chemische bindmiddel in de komende tien jaar gaat doen is onzeker.

 

Moeten we er dan vanaf zien?

Zeker niet, want de toekomstvoorspellingen zijn zodanig dat we wel moeten, staat ook in het verhaal grip op bitumen vermeld.

 

Maar nu pretenderen dat is asfalt onder CE valt,  en een empirische healingfactor van 4 in plaats van 1 meekrijgt en al een zekere levensduur en veroudering meekrijgt is simpelweg niet waar.

Het is en blijft voorlopig nog een proeftraject, waarbij dit mengsel door zijn samenstelling buiten de CE valt en er zeker niet binnen.

 

Dus, als dit mengsel toegestaan wordt door de opdrachtgever zal dit ingericht moeten worden als een proef. Met bijbehorende garantiestellingen en monitoring.

Tevens is er gerede twijfel over de uitslagen van de PAV test, of deze geschikt zijn voor de verouderingsrelatie van deze nieuwe met ANOVA gemengde bindmiddelvorm.

Omdat de RFTOT en PAV test onder hoge druk en temperatuur plaatsvind, is het logisch dat de meest verjongende eigenschappen het eerste in deze aanpak verdwijnen bij de aanvangstesten.

 

In de praktijk zien we echter dat de verjongde bitumen eenmaal wordt verhit (produktiefase), maar daarna 20-40 jaar aan zijn natuurlijke verharding begint.

Dat is voorspellend als je altijd   dezelfde bron aan penetratiebitumen hebt gehad, je kunt er de gemiddelde  leeftijd van het asfalt er namelijk aan vast koppelen.

Met betrekking tot het vergelijk met een wezenlijk ander samengesteld bindmiddel is dit niet zo, je hebt namelijk geen gemiddelde ouderdom van het praktijkgedrag in de weg waar je aan kunt toetsen.

 

In deze zegt een gunstige uitslag na de PAV test alleen maar iets over de weerstand tegen het verdwijnen van het additief tijdens de PAV test.

Is dat nu gunstig of  ongunstig in het verloop van de natuurlijke veroudering? Je wilt namelijk juist de zachtere bestanddelen terugbrengen is het bindmiddel.

In de PAV test zou dus  het verdwijnen van de zachtere aandelen een aanwijzing kunne zijn dat deze er voldoende inzitten en dus juist een betere healing en verouderingsleeftijd zouden hebben volgens de SARA componenten.

Dit zijn allemaal vragen die worden onderzocht, maar waar de relatie zeker nog niet van vastligt, zowel niet voor de proeven als PAV en RFTOT , als voor de ranking waaraan ze zouden moeten voldoen.

 

Voorlopige conclusie moet dus zijn dat als dit mengsel wordt gebruikt, dat niet onder de huidige CE kan en mag worden geschaard vanwege het niet voldoen aan de europese beschrijving van  pengrade bitumen, maar als  “nieuw” proeftraject moet worden gezien. In dat licht moet ook, zoals bij alle innovaties, een andere risicoverdeling en monitoringsbehoefte worden afgesproken.

 

In het  mede door uw eigen organisatie geschreven eindrapport van Asfalt Impuls, staat dat ook duidelijk vermeld.


 

Daartoe zal eerst consensus moeten zijn over de garantieregeling en de monitoringsfase.

Daartoe zullen wij zeker kijken naar mogelijkheden, zoals van gemeente Dordrecht bekend is.