RAWeetje

Hoe kan ik bestaande vegetaties veilig stellen?

Bestaande vegetaties zijn veilig te stellen door voorwaardelijke uitvoeringsbepalingen op te nemen in deel 3 van het RAW-bestek.
4 juni 2020 | 3 minuten lezen

In de Standaard RAW Bepalingen is paragraaf 01.18 opgenomen waarin bescherming van te handhaven vegetaties (bomen, houtachtige vegetatie niet zijnde bomen én kruidachtige vegetatie) wordt geregeld met als uiteindelijke doel het voorkomen van schade. Bij uitvoering van werken blijkt dat beschadiging van bestaande, te handhaven vegetaties regelmatig voorkomt. Uit ervaring blijkt dat het zowel in de GWW alsook in de B&U, een goed gebruik is voorwaardelijke maatregelen te treffen om dergelijke schade te voorkomen.

Een vergelijking met andere vormen van schade (bijvoorbeeld aan gebouwen, wegen en andere voorzieningen) gaat slechts ten dele op: deze schade is in het algemeen goed meetbaar. Bij schade aan vegetatie is dit veel minder het geval.

De bepalingen in paragraaf 01.18 moeten niet alleen worden geprojecteerd op de uitvoering van beheer- en onderhoudswerkzaamheden, maar hebben een algemeen karakter en zijn daarmee op de uitvoering van alle werken in de GWW-sector van toepassing.

Uitgangspunten

De bepalingen in paragraaf 01.18 zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

–      Zij hebben allereerst een preventieve werking;
–      Vegetatie die in beginsel vervangbaar is, moet in geval van beschadiging worden vervangen;
–      Als geen gelijkwaardige vervanging mogelijk is, dan dient de beschadiging volgens een gestandaardiseerde methode te worden omgerekend naar een schadebedrag.

Het in rekening brengen van een schadebedrag in geval van beschadiging werkt preventief en wordt door betrokken partijen als een geaccepteerd middel ervaren. Dit principe wordt in de praktijk al lang toegepast in de vorm van gefixeerde bedragen (kortingen) voor de verschillende soorten vegetaties. In een situatie waarbij door de uitvoering van werkzaamheden bijvoorbeeld ‘monumentale’ bomen, zaadgaarden of vegetaties met hoge natuurwaarde kans lopen op beschadiging, kan de opdrachtgever/bestekschrijver overwegen aan de hand van een taxatie vooraf de waarde daarvan in het bestek te vermelden. Ter voorkoming van discussies op een later tijdstip zou in dit verband een onafhankelijke taxatie op zijn plaats zijn.

Te treffen maatregelen

De bestekschrijver moet in het bestek de te treffen maatregelen omschrijven met uitzondering van de in artikel 01.18.02 genoemde maatregelen welke zonder bijbetaling van de aannemer mogen worden verlangd. Daarnaast ligt er een verantwoordelijkheid bij de aannemer om te controleren of de te treffen maatregelen toereikend zijn bij de door hem gekozen wijze van uitvoering van het werk. Denk hierbij aan de inzet van materieel.

Het is verstandig om bij twijfel tijdig deskundigheid in te schakelen, zodat de bestekschrijver de te treffen maatregelen op een verantwoorde wijze kan omschrijven, teneinde discussies tijdens de uitvoering te voorkomen. Hierbij kan tevens naar voren komen dat een aantal maatregelen buiten het bestek om moeten plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld snoeiwerkzaamheden, het aanbrengen van wortelschermen en dergelijke.

Voor de meest voorkomende voorzieningen (o.a. aanbrengen drukspreidende laag, afrastering, stamommanteling) zijn in de catalogus onder subwerkcategorie 10.16 resultaatbeschrijvingen opgenomen.

Schadevergoeding

Mocht er ondanks de genomen maatregelen toch schade ontstaan dan geeft paragraaf 01.18 aan op welke wijze en op basis van welke bedragen de schade moet worden bepaald. Voor iedere vorm van schade geldt dat in eerste instantie directie en aannemer gezamenlijk het schadebedrag vaststellen aan de hand van de aard en omvang van de beschadiging en aan de hand van de bepalingen in 01.18. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen schadevergoeding voor ‘bomen’, ‘houtachtige vegetatie niet zijnde bomen’ en ‘kruidachtige vegetatie’.

Voor de bepaling van schade aan bomen wordt uitgegaan van de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. Als partijen hierbij geen overeenstemming kunnen bereiken of niet ter zake kundig zijn, zal een beëdigd of geregistreerd taxateur van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB) worden ingeschakeld. De ‘expertisekosten’ zullen door beide partijen gelijkelijk moeten worden verdeeld.

Bij de schadevergoeding voor houtachtige vegetatie niet zijnde bomen, wordt uitgegaan van vaste bedragen per m². De hoogte hiervan is bepaald op basis van de kosten van aanleg en onderhoud van een ‘gemiddelde’ houtachtige vegetatie. Hierbij wordt nog onderscheid gemaakt in herstelbare schade (bijvoorbeeld door middel van snoeien of her-inplanten van jonge aanplant) of om onherstelbare schade. Daarnaast dient de oppervlakte van de schade te worden vastgesteld.

–      Schadebedrag bij herstelbare schade = € 10,- per m² vegetatie (minimum van € 200,-)

–      Schadebedrag bij onherstelbare schade = € 20,- per m² vegetatie (minimum van € 400,-)

Bij de schadevergoeding voor kruidachtige vegetaties wordt eveneens uitgegaan van vaste bedragen per m². De hoogte hiervan is bepaald op basis van de kosten van aanleg en onderhoud (gedurende een periode van circa 10 jaar) van een ‘gemiddelde’ kruidachtige vegetatie in Nederland. Ook hierbij moet worden vastgesteld of het om een herstelbare schade gaat (bijvoorbeeld door een kleine oppervlakte te voorzien van plaggen uit directe omgeving of door inzaaien met materiaal uit de directe omgeving) of om onherstelbare schade. Daarnaast dient de oppervlakte van de schade te worden vastgesteld. Tevens dient te worden bepaald of het gaat om stedelijk, half stedelijk of overig gebied. Op basis van deze gegevens wordt het uiteindelijke schadebedrag bepaald. De standplaatsfactor is toegevoegd omdat het tot stand brengen van een waardevolle vegetatie in stedelijk gebied, door de schaal en bereikbaarheid beduidend duurder is dan in niet stedelijk gebied.

–      Schadebedrag bij herstelbare schade = € 5,- per m² maal de standplaatsfactor (minimum van € 200,-)

–      Schadebedrag bij onherstelbare schade = € 10,- per m² maal de standplaatsfactor (minimum van € 400,-)

Standplaatsfactoren zijn opgenomen in de Standaard RAW Bepalingen.

Download hier de PDF versie van het RAWeetje

HomeGroepen